Als festivalorganisator wil je je impact verkleinen, maar waar begin je? De totale CO2-voetafdruk van een festival is complex en verdeeld over tientallen bronnen. In dit artikel ontrafelen we de belangrijkste emissiebronnen en laten we zien waar de grootste reductiemogelijkheden liggen. Spoiler: het antwoord is niet wat je misschien verwacht.
De totale voetafdruk in perspectief
De CO2-voetafdruk van festivals varieert enorm afhankelijk van de omvang, locatie en opzet. Als vuistregel kun je rekenen op 5 tot 15 kg CO2-equivalent per bezoeker per festivaldag. Voor een driedaags festival met 40.000 bezoekers komt dat neer op 600.000 tot 1.800.000 kg CO2, oftewel 600 tot 1.800 ton. Ter vergelijking: dat is de jaarlijkse uitstoot van 60 tot 180 Nederlandse huishoudens.
Om deze uitstoot te begrijpen en te reduceren, gebruiken we het internationaal erkende GHG Protocol met drie scopes.
Scope 1: directe emissies (10-20% van totaal)
Scope 1 omvat alle directe emissies uit bronnen die je als organisatie bezit of beheert. Bij festivals zijn dat:
Aggregaten en generatoren
De grootste scope 1-bron. Een 100 kVA dieselaggregaat verbruikt circa 20 liter diesel per uur op 75% belasting. Dat is 53 kg CO2 per uur. Over een driedaags festival met vier grote aggregaten praat je al snel over 30.000 tot 50.000 kg CO2. De emissiefactor voor diesel is 2,67 kg CO2 per liter.
Voertuigen op het terrein
Heftrucks, golfkarretjes, tractoren voor het terrein. Relatief klein in de totale voetafdruk (1-3%), maar wel direct door jou te beinvloeden. Elektrische varianten zijn steeds beter beschikbaar en betaalbaar.
Koudemiddelen
Koelinstallaties en airconditioning bevatten koudemiddelen met een hoog broeikaspotentieel (GWP). Een kleine lekkage van R-410A heeft al een impact van honderden kilo's CO2-equivalent. Laat installaties vooraf controleren op lekkages.
Scope 2: ingekochte energie (5-15% van totaal)
Scope 2 betreft de emissies van ingekochte elektriciteit. Als je festival is aangesloten op het stroomnet, is de emissie afhankelijk van de energiemix. In Nederland is de emissiefactor voor grijze stroom circa 0,35 kg CO2 per kWh (2025). Bij groene stroom met Garanties van Oorsprong (GvO's) mag je dit op nul stellen voor scope 2.
Let op: als je werkt met aggregaten, vallen die emissies onder scope 1 (directe verbranding), niet scope 2. Een festival dat volledig op aggregaten draait, heeft dus een hoge scope 1 en een scope 2 van nul.
Scope 3: indirecte emissies (65-80% van totaal)
En hier zit de verrassing. Het overgrote deel van de festivalemissies valt onder scope 3: indirecte emissies in de waardeketen. De belangrijkste bronnen:
Bezoekersmobiliteit (40-60% van totaal)
De allergrootste emissiebron bij de meeste festivals. Een bezoeker die 100 km met de auto rijdt, stoot circa 16 kg CO2 uit (retour). Bij 40.000 bezoekers waarvan 70% met de auto komt (gemiddeld 120 km retour), is dat al 540.000 kg CO2. Dat is meer dan alle aggregaten, catering en logistiek bij elkaar.
Reductiemogelijkheden: stimuleer OV-gebruik, faciliteer fietsenstallingen, organiseer pendelbusdiensten, verhoog de autobezettingsgraad via carpoolplatforms.
Catering en voedsel (10-15% van totaal)
De productie en het transport van voedsel is een significante emissiebron. Rood vlees heeft de hoogste impact: 27 kg CO2 per kilo product. Kip zit op 6,9 kg, en plantaardige alternatieven op 0,9 tot 4 kg. Door het aandeel plantaardig voedsel te verhogen van 20% naar 50%, kun je de cateringgerelateerde emissies met 25-35% verlagen.
Logistiek en transport (5-10% van totaal)
Het aan- en afvoeren van podia, hekwerk, sanitair, catering en materieel. Vooral de opbouw- en afbreekfase is intensief. Bundeling van transporten, lokale leveranciers en efficient laden reduceert deze emissies. Een vrachtwagen stoot circa 0,9 kg CO2 per kilometer uit.
Afvalverwerking (2-5% van totaal)
De emissies van afvalverwerking hangen sterk af van de verwerkingsmethode. Verbranding van restafval produceert circa 0,4 kg CO2 per kilo. Recycling levert netto vaak een emissiereductie op doordat het primaire grondstofproductie vervangt. Een hoog recyclingpercentage verlaagt dus niet alleen je afvalkosten, maar ook je scope 3-emissies.
Productie van materialen (3-5% van totaal)
De productie van festivalmateriaal (hekwerk, vloerplaten, banners, decoratie) en merchandise. Dit is lastig te meten maar wel relevant. Hergebruik van materiaal over meerdere edities is de meest effectieve maatregel.
Waar liggen de grootste reductiemogelijkheden?
Op basis van de verdeling van emissies is de prioritering helder:
- Bezoekersmobiliteit (40-60%): De grootste bron, maar ook de lastigste om te beinvloeden. Elke procentpunt verschuiving van auto naar OV levert veel op. Een verschuiving van 70% auto naar 50% auto kan de totale voetafdruk met 15-20% verlagen.
- Energieopwekking (10-20%): Direct door jou te beinvloeden. Overstap van diesel naar hybride aggregaten bespaart 30-50%. Netstroom met groene GvO's elimineert scope 2 volledig.
- Catering (10-15%): Verhoog het plantaardig aandeel en werk met lokale leveranciers. Relatief eenvoudig te implementeren via cateringvoorwaarden.
- Logistiek (5-10%): Bundel transporten, kies lokale leveranciers, plan de opbouw efficient.
- Afval (2-5%): Een hoog recyclingpercentage heeft een positief netto-effect op emissies.
Begin met meten
De eerste stap is altijd meten. Zonder betrouwbare data over je energieverbruik, bezoekersaantallen, vervoerswijzen en afvalstromen kun je geen onderbouwde reductiedoelen stellen. Een CO2-calculator specifiek voor evenementen helpt je om alle scopes in kaart te brengen, een baseline vast te stellen en je voortgang te monitoren. Begin met de grote posten (mobiliteit, energie, catering) en verfijn je berekeningen elk jaar. Zo maak je van duurzaamheid geen vage ambitie, maar een meetbaar traject.